MELDERT GEOGRAFISCH

De gemeente MELDERT ligt op 51°11’ Noorderbreedte en op 2° 40’2” Oosterlengte van Parijs. De gemeente grenst in het zuiden aan de Zwarte Beek; in het westen aan Zelem en Schaffen; in het noorden aan Schaffen en in het oosten aan Paal.
Een kiezelweg van Schulen en Lummen naar Deurne en Tessenderlo doorloopt het dorp vanaf de Zwarte Beek tot op de Vleugt. Deze weg wordt in Blanklaar doorsneden door de steenweg van Beringen naar Diest (1). Een nieuwe steenweg vanaf het station van Zelem naar Meldert is ontworpen en wordt in dit jaar 1898 aangelegd (2).
De dorpskom van MELDERT is maar klein; de meeste huizen en boerderijen liggen verspreid in de gehuchten Blanklaar, Schuilenbroek, Geenrode, Geenmeer en Geeneinde. In de uithoeken Vleugt, Venusberg en Hertenrode staan slechts enkele huizen, die ook tot onze parochie behoren.
De gemeente MELDERT heeft een totale oppervlakte van 969 hectaren en telt een bevolking van ongeveer 750 inwoners. ( thans ongeveer 1700! – L.V.). Het hoogste punt is de  Venusberg, die 50 meter boven de zeespiegel uitsteekt; het laagste punt ligt 30 meter lager bij de Zwarte Beek.
In het dorp staat een kerk met drie beuken en met een toren in ijzerzandsteen. Verspreid in het dorp zijn er drie graanmolens: een windmolen op de heuvel nabij de kerk (verdwenen –L.V.), een vuurmolen in Blanklaar (verdwenen – L.V.) en een watermolen in Geenrode ( nog resten zichtbaar – L.V.).
De grondkorst van het hoger gelegen gebied bestaat uit grof zand, doorgaans bruin-rood en dikwijls samengelopen in blokken en banken van ijzerhoudende aard. Van deze ijzerzandsteen werden o.a. gebouwd de kerktoren van MELDERT; verschillende kerken in Diest, Zichem, enz…. Dit hoge gedeelte is doorgaans beplant met dennenbossen.
Het middengedeelte wordt voorbehouden voor de akkerbouw. Bijna elk stuk land is omgeven door een brede haag van eiken “schaarhout”, dat om de zes jaren wordt gekapt en waarvan de verkoop bijna evenveel opbrengt als de akkers. Het lage gedeelte van het dorp is volledig bedekt met vochtige weilanden, “broek” geheten, die een lange strook vormen van Beringen tot Diest om daar samen te lopen met de weilanden van de Demervallei.


TOPONYMIE

MELDERT:

MEL- waarschijnlijk is de “e” hier eng verwant met de “a” van malen, dat in het Germaans klonk als “mel”, en is afgeleid van het Indo-Germaans “mel” dat betekent “fijn wrijven”
ERT of ERD betekent “ aarde, veld, plaats”
MELDERT zou dus betekenen : “plaats waar men maalt” De letter “d” is er gewoon tussengevoegd voor de welluidendheid van het woord.
In deze redenering worden wij gesterkt door het feit dat er reeds in de eerste heffingen ( taksen – LV.) voor de edele leenheer van Kuringen, gewag werd gemakt van een molen die in MELDERT bestond. En wat meer is: in 1876 heeft men, nabij het dorp, op de rechteroever van de Zwarte Beek, de resten gevonden van een molen, die teruggaat tot een lang vervlogen tijd. Overigens wordt het eerste gebruik van de watermolen toegeschreven aan de Franken en het is dus best mogelijk dat deze resten uit hun tijd stammen.
( In 1997 werden bij graafwerken in dezelfde omgeving ook al een oude Romeinse begraafplaats met urnen blootgelegd – LV)

NAMEN VAN DE GEHUCHTEN

BLANKLAAR
BLANK- van het Indo-Germaanse “bleig” dat blinken, schitteren betekent.
LAER: van het oud-Saksische woord “ lari” dat is open, ledig
Dus: een blinkende, open plaats ( weidegebied omgeven door bossen – LV)

HERTENRODE (3)
HERT in het angelsaksisch “ heard”, in het oud-nedersaksisch “ herd” betekent hard
RODE van het midden-nederlandse “roeden” of “roden” wat betekent ontwortelen,uitroeien.
Dus : ontginning op een harde plaats. De grond is er inderdaad hard en grotendeels samengesteld uit ijzerzandsteen.

GEENEINDE
Betekent : het “gindse einde, de gindse grens” (van het dorp)

GEENMEER
MEER: schijnt afgeleid van het indogermaanse “mer” (sterven) en heeft de betekenis van het dode, het woeste.
Dus: ginds het woeste, gindse woestijn; misschien ook: het gindse moeras

SCHUILENBROEK
SCHUIL – komt van het indo-germaanse “sqel” betekent klieven
BROEK betekent “laag hooiland” van het angelsaksische “broc” (beek, beemd)

VENUSBERG (4)
of “VEENSBERG” : berg boven de vennen of berg van de vennen.
In een gemeenterekening van 1665 lezen we “venderberch”

GIJZEVENNE
of ven van Gijs(brecht) – gijs betekent ook geit