DE PASTORIJ

In de laatste helft van de XVIIde eeuw bevond de oude pastorij zich in een erg slechte toestand. Zij werd nochtans in 1684 hersteld en in 1707 zelfs geplaveid met 2132 plaveien. Maar de pastoor, E.H. SCHOTS, verhuurde het slechte gebouw aan een landbouwer en betrok zijn eigen huis, dat hij in het gehucht GEENMEER gebouwd had. Bij zijn dood in 1818 ging dit huis over in handen van Pieter – Lambert PAEMEN.
De nieuwe pastoor, E.H. VAN DEN HOVE betrok opnieuw de oude pastorij, maar hij verbleef er niet lang. In 1825 nam hij zijn intrek bij Rosa, Johanna, Eugenia ARRAZOLA d’ ONATE, oudste dochter van Karel, Antoon, Thedoor en gewezen kloosterzuster, die in het vroegere tolkantoor woonde. ( nu nog gekend als de “pastorij”). De pastoor richtte er een kleine boerderij in.
Op 20 december 1853 kocht de gemeente het gebouw voor 4000 franken; het heeft sindsdien al talrijke verbouwingen ondergaan en was in gebruik als pastorij tot in 1992.